donderdag 23 april 2009

Martin

Over exliefjes valt veel te denken. In een woelig hoofd dat net vrijgezel is, is een mening snel gevormd. Zo kon het dat ik even dacht dat mijn exliefje niets van me wist, en niets van me begreep. Misschien wel nooit begrepen had.

Wellicht is het logisch dat je zulke denkfouten maakt. Deel van het verwerkingsproces. Feit blijft dat het praktisch onmogelijk is dat iemand je niet leert kennen, wanneer je bijna drie en een half jaar met elkaar hebt gedeeld.

En dat bleek.
Gisteravond belde hij me. Laat.

'Juk. Ik weet niet of het vreemd is dat ik je nu bel. Heb je je radio aan?'
...
' Ik heb het net gehoord, en wou het je laten weten. Martin Bril is overleden.'

En dan zie je dat je het vergeten was.

Dat hij de enige is die zag hoe je Martin Bril bewonderde. Om hoe hij schreef. Om wat hij schreef en wat hij niet schreef. Hoe pretentieloos hij over kon komen.
Dat hij de enige was die af en toe iets voor je bewaarde dat door Martin Bril geschreven was.
Dat hij de enige is die weet dat je iedere woensdag, wanneer Vrij Nederland op de mat viel, meteen naar achteren bladerde om Evelien te lezen. Dat je iedere week nog sneller bladerde sinds er af en toe geen Evelien meer verscheen.

Hij was het niet vergeten, van dat bewonderen. En hij was niet vergeten dat je geen internet en televisie hebt, waardoor je veel nieuws pas laat hoort.

Hij vergat niet je even te bellen.

maandag 13 april 2009

...en een peukje opsteken

Het blijft vreemd om te merken hoe een tabaksverslaving zich vast kan zetten in je hele wezen. Mijn lijf schreeuwt om nicotine zoals een baby kan huilen om een moederborst. Mijn geest zeurt om rust, en vertroebeld als ze is, denkt ze dat alleen te krijgen door een sigaret. Zelfs mijn verstand, dat doorgaans doorspekt is met walging voor de tabaksindustrie, denkt soms dat het een goed plan is een sigaret op te steken. Wat maakt die ene sigaret nu uit?

Meer geld overhouden door stoppen met roken interesseert me weinig. Evenals er beter uit komen te zien, een betere conditie krijgen, niet meer stinken of buiten te hoeven te staan terwijl het regent, omdat er ergens geen rokersruimte is.

Denken aan dood en ziekte werkt amper.
Ik heb nog geen half jaar geleden mijn opa gezien, enkele dagen voordat hij stierf. Getackeld door tabak. Longkanker en geen euthanasieverklaring. Inhumaan. Ik heb nog nooit iets gezien dat zo veel indruk maakte en ik ben er geen sigaret minder om gaan roken.

Mijn nicotineverslaving overwint alles. Je zou er haast van onder de indruk raken.

Bij alles dat ik doe, denk ik '...en een peukje opsteken'. Het was me nooit eerder opgevallen, omdat ik altijd een sigaret opstak wanneer ik de behoefte voelde. Nu dat niet meer kan, blijkt pas hoeveel energie ik verspil met denken aan roken.
'Zo, een boterham met pindakaas smeren, en een peukje opsteken.'
'Ik moet naar het toilet, en een peukje opsteken.'

En triest genoeg:
'Ik moet iets doen om niet aan roken te denken. Drinken pakken, en een peukje opsteken.

Deze gedachten resulteren constant in discussies met mezelf. Ik mag geen peukje opsteken. Ik ben de afgelopen dagen een aantal keren de fout in gegaan, maar maakte daarna niet de fout te denken dat ik gefaald was in het stoppen.

Ik bleef mezelf rustig uitleggen hoe de tabaksindustrie apen aan rookmachines legt, naar eigen zeggen om de schadelijkheid van tabak te testen.
Ik bleef mezelf de verhalen vertellen over hoe de tabaksindustrie in ontwikkelingslanden sigaretten per stuk verkoopt, om de bevolking verslaafd te krijgen. Daar gaat dat gemakkelijk, er zijn geen tabakswetten.
Ik bleef mezelf voorhouden hoe de tabaksindustrie hier ondertussen roept alleen in een behoefte te willen voorzien. 'Als wij het niet verkopen, doet iemand anders het.'
Wanneer hier geen behoefte aan tabak meer zou zijn, is er op een walgelijke manier ergens anders behoefte gecreeëerd.

Mijn verstand wint deze discussies doorgaans. Dank God.

Volgens mij heb ik iets gevonden om mijn verslaving mee te overwinnen.

April

Het was zo'n dag die een mooie lente belooft. Het zonlicht werd tegengehouden door vlagerige wolken, maar het was warm genoeg om mouwloos de straat op te gaan.

Het plantsoen bleek groener dan de vorige keer. Bomen hadden frisse bladeren gekregen, of pas nieuwe knoppen. Gek hoe je dan ineens uren kan doen over het lopen van een rondje dat normaal een half uur duurt.

Een schildpad lag te zonnen aan de waterkant.
Eenden namen hun kuikens mee voor een voorzichtige ronde door het water, of namen ze onder hun vleugels op een afgelegen plek.
Nieuwe stelletjes lagen op kleedjes in het gras en maakten foto's van zichzelf met mobiele telefoons.

Niemand leek nors, behalve de vrouw van de ijskraam. Zij was waarschijnlijk ook liever aan de waterkant gaan zitten.

Meisjes verloren speldjes met bloemetjes. En haarelastiekjes. Voetballen dreven in het water.
In de verte klonk Bob Dylan.

Wat mij betreft blijft het nog even zo.

donderdag 9 april 2009

Nieuw

Goede voornemens beginnen bij mij niet met de ingang van een nieuw jaar. Ik geloof niet in nieuwe jaren en daarmee niet in een geplande nieuwe start.

De eerste januari blijkt altijd net zo donker te zijn als de eenendertigste december, en daarbij word ik standaard wakker met een bolle buik, knetterende hoofdpijn en een gat in mijn geheugen.

Geen goed moment om mezelf te vermoeien met het uitvoeren van voornemens, me dunkt.
Voornemens dienen zich bij mij aan op het moment dat ze welkom zijn. Zodra ik ze aankan, zodra ik ruimte voor ze heb. Meestal zijn ze een complete verrassing. In de afgelopen weken bleek ik meer dan ooit in staat om goed voor mezelf te zorgen.

Ik ging onder de douche, ik maakte schoon, onderhield contacten, deed mijn administratie en kookte maaltijden.

Euforisch werd ik ervan. Gemotiveerd.
Overmoedig, misschien.

Dus ben ik nu gestopt met roken. Alweer. En dat het dan nu niet mislukt.
En moet ik van mezelf nu echt elke dag koken. Zonder kruiden uit een zakje.
En moet ik bewegen. Op rolschaatsen, want daar kan ik leuke rokjes bij dragen.

En ik moet ik van mezelf elke dag op tijd op bed.

Vanaf morgen.

maandag 6 april 2009

Vier weken

Als je vrijgezel bent, blijken er ineens zeeën van tijd te bestaan. Vergeten zeeën, waarin ineens een heleboel mogelijk blijkt.

Je kan je administratie uitzoeken, huilen van het bedrag dat het incassobureau van je wil ontvangen en ontdekken dat je geen kredietbank nodig hebt om er met dat incassobureau uit te komen. En daardoor voor het eerst blij zijn om het feit dat je de komende tijd geen cent hebt om uit te geven, terwijl je grote teen een gat in de neus van je favoriete schoenen gemaakt heeft.

Je kan de kroeg in. Wijn drinken. Of thuis wijn drinken. Met mensen afspreken. Naar oma gaan. Naar vrienden gaan. Nieuwe mensen ontmoeten. Mensen opmerken die je eerst over het hoofd had gezien.

Gesprekken voeren. En de eendjes.

Veel werken, veel lachen, veel opruimen.

Weinig slapen.
Tijd werkt verslavend.

In vier weken kan je leren dat loslaten lastiger is dan vasthouden, maar dat het uiteindelijk een hoop meer oplevert.

dinsdag 10 maart 2009

Focus fuckos

Men heeft niet zoveel aan mij vandaag. Zoals het een echt callcentermeisje betaamt werk ik telefoontjes in sneltreinvaart weg, maar ik heb geen idee waar de gesprekken die ik heb over gaan.

- Met Juksti, wat kan ik voor u doen?
- Ja, met mevrouw Dieëndie. Ik heb een probleem, gisteren zag ik... vanaf hier verlies ik mijn aandacht... ...compleet... ...geen idee wat de strekking van het relaas van mevrouw is... ...ik zou geen steekwoord kunnen noemen... ...wat moet ik nu doen?
- U wilt weten wat u nu moet doen?Cursief
- Ja.
- Ik zou in uw geval een brief sturen.
- Ja?
- Ja.
- En wat zet ik in die brief?
- U vertelt wat er gebeurd is. En dan sturen we u zo snel mogelijk een reactie terug.
- Oh. Ok.
- Prima, dan wens ik u nog een fijne dag. Goedenmiddag!

Ik geloof dat mevrouw het net zo goed aan haar buurvrouw had kunnen vragen.

Een vol soort leegte, of hoe mijn hoofd nu doet.

Ik kon niet slapen vannacht.
Ik kon niet wakker blijven.

Mijn huisgenootje en lieve vriendin had me Viva's meegegeven. Ik sloeg een blad open op Redt jouw relatie het? Zo blijf je bij elkaar! Er staan soms best nuttige tips in zo'n blad, maar er zijn momenten waarop je er niets aan hebt.

Weggelegd.

Lamp uit.
De nacht was zo stil.

Ik had haast de neiging om hem te bellen om het te delen. Dat vrouwenblaadjes stom zijn. Dat een leeg bed leger voelt wanneer je weet dat er niemand meer komt. Dat mijn hoofd zo'n pijn deed en geen aspirine nam. Dat ik heel harde muziek draaide, dezelfde als toen ik afgelopen weekende het gekraak van de bovenburen wou overstemmen.

Ik had een fleecedekentje om mijn nek en schouders gewikkeld in bed. Lekker warm, zacht en pas gewassen.

Erg lang heb ik in een toestand gehangen tussen slapen en waken. Raar gedroomd, psychedelisch haast. Over hem. Over splijtende puntenslijpers. Van de hak op de tak, veel vreemde beelden, geen verhaal.

En straks, douchen, tanden poetsen, aankleden, naar buiten, broodjes halen, werken. Gebeld worden door mensen die schelden om een paar euro. Sociaal doen met collega's.

Ik ben benieuwd.

Uit

Ik wist het niet meer.
Hij wist het ook niet meer.

En nu weten we allebei alleen maar dat het verdomd veel pijn doet.

En daarmee is wat mij betreft alles wel gezegd.

zondag 8 maart 2009

Waarom ben ik niet gewoon naar de kroeg gegaan?

Ik vroeg me wel eens af hoe het zou zijn als ik hier iets dronken zou schrijven. Een verhaal dat alleen bestond uit fouten, lelijk taalgebruik en beschamende bekentenissen.

Nee. Ik vroeg me eigenlijk af hoe het de volgende middag zou zijn, als ik wakker zou worden en me na drie asperines bedacht dat ik iets geschreven had. En dat ik dan zou kijken, en tot de pijnlijke ontdekking kwam dat er al reacties achtergelaten waren.

Dat ik het lachertje van de zondag was.

Nu heb ik genoeg wijntjes gehad om het experiment aan te gaan, maar te weinig om de backspace knop niet meer te kunnen vinden. Ik zie ook niet dubbel en ik maak geen lawaai.

Niet erg spannend. Vast wel een opluchting morgen.

Toen ik zonet 'opluchting' wou typen, schreef ik bijna 'opmerking'. Ik zag het toen er 'opmerk' stond. Geen idee waar die vergissing uit ontstond.

Wel, ik zal u niet langer ophouden. Mijn ex is net langsgekomen om biertjes te drinken, en het was gezellig. Mijn wijn is nog niet helemaal op en ik weet niet of ik de fles nog soldaat ga maken. Ik beloof u bij dezen wel dat nog eens iets schrijf wanneer ik nog nèt weet hoe ik in moet loggen in blogger. Ik weet alleen nog niet of ik het u dan laat lezen.

dinsdag 3 maart 2009

Lijntje op.

Drugsgebruik is bij uitstek iets om over te liegen, dus werd ik niet geloofd toen ik -naar waarheid- ontkennend antwoordde op de vraag of ik op zaterdag drugs had gebruikt.
Ik zou niet weten waarom ik dat zou doen.
'Oh', werd er geantwoord.
Ik zou het toch eerlijk vertellen wanneer ik het wèl zou doen.
'Ja?'
Ik zou niet eens weten waar ik het vandaan zou moeten halen.
'...'

Wel dus. Ik wist prima waar ik het vandaan moest halen. Want ik had op vrijdag ook iets gebruikt. Schijnt. Had men gehoord uit betrouwbare bron. De bron was een kamer in komen lopen waar wat mensen zaten, en had vol vreugd verteld dat we beiden een lijntje op hadden.

In zulke gevallen is ontkennen net zo zinloos als bekennen. Want de bron is zo betrouwbaar, dat ik er zelf haast aan begon te twijfelen of ik geen drugs gebruikt had. Ik had redelijk wat gedronken op vrijdag.
Misschien ontkende ik mijn drugsgebruik wel zo hard, dat ik het zelf niet meer geloofde.
Hield ik mezelf pathologisch voor de gek.

'Ik ben ziek', dacht ik bij mezelf. Het verbaasde me niet.

Om een geval van pseudologia phantastica uit te sluiten, besloot ik de betrouwbare bron zelf op te zoeken. Ze wist van niets. Wat me gerust stelde, maar tegelijkertijd ook verwarde. Want wie hield me nu voor de gek? Werd ik voor de grap beschuldigd van drugsgebruik? Of had ik de beschuldiging net zelf verzonnen?

Terwijl ik me het hoofd gek liet maken, deed de betrouwbare bron al ijsberend een geslaagde poging om te achterhalen waar het misverstand vandaan kon komen.

Eureka. Het bleek dat we allebei wèl een lijntje op hadden. Niet in onze neus, maar op ons oog. En omdat de betrouwbare bron nooit eyeliner draagt, kwam ze het laten zien in de kamer waar alle mannen bier aan het drinken waren, terwijl wij ons klaar maakten om de stad in de gaan.

'Kijk, Juksti en ik hebben allebei een lijntje op', had ze gekird, waarbij ze naar haar oog wees. Waar een keurig lijntje boven haar wimpers te zien was, in plaats van een grote pupil.

donderdag 26 februari 2009

Wond

Ik snap ze best, de bezorgde blikken. Maar een depressieve puber ben ik al eens geweest. Intens ongelukkig zijn en niet weten hoe ik me moet uiten of hoe ik mijn frustraties kwijt moet raken, heb ik gehad. Als ik boos ben, ben ik boos. Als ik chagrijnig ben, ben ik chagrijnig. Als ik me kut voel, voel ik me kut. En dat valt altijd aan me te zien. Meestal ben ik blij, kan ik niet op mijn stoel blijven zitten, maak ik de hele dag flauwe grapjes, trek ik gekke bekken, draag ik veel kleuren, zit er altijd wel een stom speelgoedje in mijn tas, douche ik me, poets ik mijn tanden en eet ik goed. Dat is geen masker, ik voel me werkelijk prima, wanneer het lijkt of ik me prima voel.

Maar een mens dat niet stilgezeten heeft wordt moe, een brein dat de hele dag flauwe grapjes maakt schreeuwt om compensatie en wanneer een lijf dat urenlang in lagen kleding in alle kleuren ingepakt heeft gezeten wil vrijheid. Dus zodra ik thuis ben, ga ik in mijn hemd op een kussentje naast de gaskachel zitten om een boek te lezen. Wie zo'n heeft, zit in de winter nooit meer op de bank.

Het gevaar van gaskachels is -overduidelijk- de hitte. Mensenhuid is niet gemaakt om aan een gaskachel te zitten, en dat heb ik gemerkt ook. Ik heb nooit eerder een gaskachel gehad, dus heb proefondervindelijk geleerd dat te dichtbij de kachel zitten gevaarlijk is, ongecontroleerde bewegingen funest kunnen zijn, gehaast opstaan of gaan zitten niet aan te raden is en aan de knopjes willen draaien terwijl je aan de andere kant van de kachel zit evenmin. En dan gaat het verhaal van een ezel stoot zich... voor mij nog niet eens op.

Al die rode plekken, blaren en korstjes op mijn armen begonnen natuurlijk op te vallen. Ik vond het zelf haast verdacht. Maar mijn antwoord bleef standaard 'ik heb me aan de kachel gebrand', al begon het iedere keer dat ik het zei vreemder te klinken.

Ik voelde de opluchting om me heen toen ik het na anderhalve maand eindelijk geleerd leek te hebben. Plekloze armen! Juksti is beter!

Zelf voelde ik me ook wel opgelucht. Ik ben wel een beetje klaar met wonden op armen, en zeker met de vraagtekens daarbij. Ik heb behoorlijk grote littekens op mijn armen doordat ik op mijn elfde door een raam ben gevallen, en tot een tijd terug werd ik relatief vaak aangeklampt door meisjes die het zo fijn vonden iemand te ontmoeten die zichzelf ook beschadigde. Heel erg natuurlijk, maar dat maakte het des te ongemakkelijker om uit te leggen dat dat bij mij niet het geval was.

En toen viel ik afgelopen weekend tegen de kachel. Of eigenlijk deed alle wijn die ik had gedronken dat, want zelf had ik het inmiddels afgeleerd dit te doen. De wijn had beter niet de schuldige kunnen zijn, want mijn reactiesnelheid was zielig te noemen. Ik wil niet zeggen dat ik secondenlang tegen de kachel aangeleund bleef hangen, maar het duurde lang genoeg om de vellen aan mijn arm te laten hangen. Wat ik pas merkte nadat ik al tijden aan de tequilla in de kroeg zat.

Resultaat hiervan is een behoorlijk vieze korstwond op mijn arm. Geen plekje zoals de eerst, maar een echte schreeuwwond, met verschillende stukken korst en blaar op een klein stuk huid. De blikken zijn nu onvermijdelijk en soms zelfs schaamteloos.

Misschien moet ik een geruststellend bordje om mijn nek hangen.

Discretie

Het leuke van het hebben van een baantje in een callcenter is meteen ook het vervelende eraan: je spreekt een hoop mensen. Hoewel ik tijdens elk gesprek streng op mijn horloge moet kijken (te lange gesprekken kosten me punten tijdens mijn beoordeling), neem ik soms de tijd voor een gesprek met iemand die leuk klinkt. Dat levert bijna standaard leuke verhalen op. Oudere dames zijn favoriet, maar sommige mannelijke studenten zijn ook tamelijk grappig.

Maar normaal hou ik het kort, natuurlijk. Het zou namelijk zomaar eens kunnen dat mijn gesprek afgetapt wordt door een vrouw die achter een bureau met een hoofdtelefoon op die beluistert of ik het allemaal wel netjes doe, in de lijn.

Laatst sprak ik iemand, wiens naam ik herkende. Het gesprek was erg kort en zakelijk, had er een vrouw achter een bureau met een hoofdtelefoon op meegeluisterd, was ze erg trots op me geweest. En hoewel ik er persoonlijk weinig eer aan te behalen vind, een kort en zakelijk gesprek, ben ik altijd content wanneer men tevreden over me is.

Dit keer vond ik het jammer dat ik zo volgens het boekje te werk was gegaan. Pas nadat ik op had gehangen, had ik door dat ik de naam herkende, doordat ik een weblogger aan de lijn had. Grappig hoe je namen ineens minder goed herkent als ze uitgesproken worden, terwijl je ze normaal alleen in de adresbalk ziet staan.

Ik had nog zoveel andere vragen kunnen stellen, naast de vragen die ik de hele dag door opdreun. Hoewel... dat had discretie me ongetwijfeld van alle kanten verboden.

woensdag 25 februari 2009

Toekomst

Na de middelbare school besloot ik lerares Nederlands te worden, omdat er geen docent zo tof was als ik zou worden. Binnen een half jaar had ik ontdekt hoe kut schoonmaken en opruimen is, dat niemand me er op aankeek wanneer ik niet op kwam dagen voor een college en hoe goedkoop halve liters Schultenbräu zijn. Enkele maanden later haalde mijn moeder met op. Meisje in de auto, spullen in een aanhangwagentje. Weer bij moeder thuis, zonder verder toekomstplan.

Dat ging natuurlijk niet lang goed. Ik ging weer bij mijn ex wonen, kreeg een baantje in een snackbar, verhuisde met de toen niet-meer-ex, verhuisde van de wel-weer-ex naar een kamertje van twee bij drie, kreeg een baantje in een kledingwinkel, ging samenwonen met Lief kreeg daarna een baantje in een callcenter, deed er af en toe nog een baantje bij, en nu ben ik weer in een kamertje van vier bij vier gaan wonen. Wat -op het ruimtegebrek na- een erg fijne plek is om te wonen.

Ik ben vijf jaar lang van woning naar woning en van baantje naar baantje gegaan. Wanneer je zo lang niets leert en weinig doet, doe je een hoop ervaringen op, maar ondertussen verschrompelen je hersenen bijna zichtbaar. Afgelopen weekend betrapte ik mezelf op het toilet erop dat ik mijn ondergoed niet alleen met de buitenkant naar binnen had aangetrokken (toen ik alles op mijn enkels had laten zakken staarde een vrolijk plaatje me toe, terwijl ik dat normaal alleen zie wanneer ik mijn ondergoed draag en in de spiegel kijk), maar dat ik mijn kruis ook op mijn linkerheup had zitten. Ik lijk met de dag onozeler en verstrooider te worden, en het vervelende is dat ik het allemaal heel bewust meekrijg.

Zoals al veel vaker had ik in de afgelopen zomer besloten om weer naar school te gaan. En zoals altijd besloot ik dat op het laatste moment toch niet te doen. En met het beetje verstand dat ik nog over heb, kom ik wéér tot de conclusie dat dit gedraal een enorme verspilling van een groot talent en een fantastische persoonlijkheid is. Het stoort me niet dat iedereen inmiddels klaar is met studeren en huizen heeft gekocht, maar het stoort me wel dat ik me erg verveel en alle feestjes wel weer heb gezien. Het is inmiddels zo erg dat ik alleen nog informatieve boeken lees. En omdat ik alle boeken binnen enkele dagen uitgelezen heb, doordat ik nu zo veel lees, ben ik begonnen aan een boek dat me simpel Latijn leert.

En intussen probeer ik hard na te denken over een opleiding. En daar komt mijn ongetrainde schrompelbrein dan weer de hoek om. Hoe hard ik ook nadenk, ik weet het echt niet.

donderdag 19 februari 2009

Lama in bed.

We zijn zo lekker gewoon gebleven
We zijn zo lekker gewoon
We zijn zo lekker gewoon
De Lama's - Lekker Gewoon

Lekker vond ik ze niet, de Lama's. Toen het concept nog nieuw was op de Nederlandse buis, vond ik het even grappig, maar na drie afleveringen waren de meeste grapjes wel gemaakt, en toch zijn ze seizoenenlang doorgegaan. Niet lekker, niet lekker gek, niet lekker grappig, niet lekker leuk, en zeker niet lekker om iedere week op de bank met een zak chips naar te kijken.

Toen ik nog televisie had, zag ik ze vaak voorbijkomen. Ook toen ze eindelijk beloofden van het toneel te verdwijnen. Na de laatste aflevering bleek er nog een allerlaatste aflevering te komen, daarna nog een compilatieaflevering en ook voor de weken daarna bleken er een zorgvuldig bedachte uitmelkertjes gepland te staan. Omdat het publiek dat zo graag wil, natuurlijk.

Na ook nog een hitje met videoclip èn een afgeronde theatertour, verblijven de Lama's al schnabbelend nog steeds in vreemde hotelkamers. En lekker gewoon als ze zijn, laten ze gewoon meisjes achter ze aanlopen, naar het hotel toe.

Een meisje achter je aan laten lopen naar je hotel, dat is lekker gewoon. Achter je aan. Om haar vervolgens mee te nemen naar de hotelkamer, waar ze zich -oprecht naïef- pas bedenkt wat er van haar verwacht wordt. Ze aarzelt, maar jij hebt je kleding alvast uitgetrokken. Ze loopt naar het bad en laat dat vollopen. Je vraagt of ze haar kleding alvast uit wil trekken. En omdat het toch wel lang duurt, met dat bad, vraag je of je haar alvast mag nemen. 'Jawel. Als je het maar wel veilig doet.'

Je doet je ding, en als het meisje -op handen en knieën- achterom kijkt, ziet ze je roken terwijl je je thuisfront vergeet en blauwe plekken op haar lijf achterlaat, zoals het een echte ster betaamt.

Ze wou het niet ècht, maar zoals ze achteraf tegen iedereen zou zeggen: zo'n kans krijg je nooit meer. Dus ze deed het maar. En jij blijft zingen. Lekker gewoon. En iedereen gelooft het.